Ken je 'vijand'...!
Dit artikel is onderdeel van "De Kapstok Uiergezondheid". Klik hier!
Bijna alle uierontstekingen ontstaan door het binnendringen van bacteriën in de uier via het slotgat. Enkel als je weet tegen welke bacteriën je 'vecht', kan je de gepaste middelen inzetten en de preventie gericht optimaliseren. Met een goede screening en regelmatige staalname van melkstalen voor bacteriologisch onderzoek kan je veel leren en gepast reageren!
Naargelang de schade die ze veroorzaken, kunnen de mastitisverwekkers ingedeeld worden in de 'major-' en 'minor pathogenen'. Tot de major pathogenen behoren onder meer Staphylococcus aureus, Streptococcus uberis, en Escherichia coli. Die bacteriën veroorzaken meestal veel schade aan het uierweefsel, met een sterke stijging van het celgetal en erge productieverliezen tot gevolg. De infecties genezen zelden spontaan. Tot de minor pathogenen behoren de coagulase-negatieve stafylokokken ('Staphylococcus spp.') en Corynebacterium bovis. Uierontstekingen veroorzaakt door deze bacteriën zijn meestal minder erg en genezen ofwel spontaan ofwel vrij gemakkelijk tijdens de droogstand.
Daarnaast kunnen de mastitisveroorzakende bacteriën ook ingedeeld worden in besmettelijke bacteriën (zoals S. aureus en C. bovis) en omgevingsgebonden bacteriën zoals (Strep. uberis en E. coli). Besmettelijke bacteriën leven voornamelijk op de speenhuid en in de melk. Ze worden gemakkelijk van de ene koe op de andere koe overgedragen via handen, uierdoeken en tepelvoeringen. Omgevingsgebonden bacteriën duiken vooral op in de omgeving van de koe. Ze groeien en overleven heel gemakkelijk in vochtig en warm beddingmateriaal zoals stro en zaagsel.
>> Klik hier voor een overzicht van alle mastitisverwekkers en hun eigenschappen!
Bron:
UGent


Uiergezondheid nieuwsfeed